De situatie
Wanneer dit past. En wanneer niet.
Dit past niet bij een branche. Het past bij een week. Een aannemer en een adviesbureau kunnen dezelfde donderdag hebben, en de ene aannemer en de andere hoeven dat niet. Wat telt is of hetzelfde werk elke week opnieuw langs de eigenaar moet.
- Het werk komt eenmalig langs en keert niet terug.
- Het bedrijf zoekt iemand in dienst, en niet de uitvoering zelf.
- De eigenaar wil de bouw zelf in handen hebben.
- Er is nog geen werk om af te bakenen, alleen een plan.
- Hetzelfde werk komt elke week terug en blijft op de eigenaar wachten.
- Eerdere overdracht kwam terug als begeleiding, briefing of bediening.
- Wat geld kost of naar buiten gaat, hoort aan een oordeel gebonden te blijven.
- Het bedrijf groeit tot de grens van de week van zijn eigenaar.
Waarom niet op bedrijfstak
Een bedrijfstak zegt wat een bedrijf verkoopt. Hij zegt niet welk werk er blijft liggen, en dat laatste is wat hier telt. Doorwerk noemt een bedrijfstak daarom hoogstens als voorbeeld in een zin; de afbakening komt uit het gesprek en nergens anders vandaan.
Het gesprek begint bij het werk dat vastloopt, niet bij de branche waarin het vastloopt.
Wat het gesprek oplevert
Doorwerk zegt binnen dat gesprek of dit werk hier kan doorlopen. Past het niet, dan is dat het antwoord — en dan verkopen wij niets.
Er is nog geen geverifieerde klantlevering. Deze pagina beschrijft daarom een afbakening en geen ervaring bij een klant.