De volgorde

Vaststellen, afbakenen, klaarzetten.

Bij Doorwerk gaat werk over in een vaste volgorde: vaststellen wat terugkomt, afbakenen wat aantoonbaar weg kan, klaarzetten wat op een besluit wacht. Elke overdracht die de eigenaar eerder deed, begon met een briefing en eindigde met toezicht; deze volgorde is met opzet kort.

Wat elke stap wegneemt

Vaststellen

Wat blijft terugkomen

Het gesprek begint bij het werk dat elke week opnieuw langs de eigenaar moet. Niet bij een pakket en niet bij een bedrijfstak.

Afbakenen

Wat aantoonbaar weg kan

Doorwerk zegt welk stuk uitvoerbaar is, waar het oordeel blijft en wat nog niet kan. Die grens staat vóór de opdracht vast, niet erna.

Klaarzetten

Wat op een besluit wacht

De uitvoering staat klaar. Wat geld kost of naar buiten gaat, wacht op de eigenaar.

Wat kan draaien, zet Doorwerk klaar zodra de afbakening er ligt. Wat geld kost, wacht tot de eigenaar het goedkeurt.

Wat Doorwerk van de eigenaar vraagt

Wat een overdracht vraagt
  • Een briefing schrijven, en hem daarna blijven bijstellen.
  • Een nieuw programma leren en het bijhouden.
  • Iemand aansturen die het werk overneemt.
  • Een rapport lezen en er zelf een conclusie uit halen.
Wat Doorwerk vraagt
  • Een kort gesprek over wat er blijft liggen.
  • Leestoegang tot wat er al is. Doorwerk leest mee; de eigenaar verstuurt.
  • Een oordeel op de momenten waar geld of een naam op het spel staat.

Die laatste regel is geen bescheidenheid. Elke taak die een leverancier teruglegt bij de eigenaar, maakt het bedrijf weer zo groot als zijn week — en dat is precies het probleem waar dit voor bestaat.

Wat er daarna terugkomt

Elke maand één getal, met de beslissing die eruit volgt, op de plek die de eigenaar al leest. Bij elk cijfer staat zijn bron, met de datum.

Hoe lang het duurt van aanleiding tot klaar, is nog niet bij een klant gemeten. Daarom staat er op deze pagina geen doorlooptijd.

Eerst de omschrijving, dan een kort gesprek, dan de afbakening. Pas daarna volgt een aanbod.